HOME

Gebruikte kleuren:


Tamiya Black X-1 of XF1 of X-18

Tamiya Red X-7 of Vallejo 70.957 / 031 Flat Red

Tamiya Deep Green XF-26 of Vallejo 70.823 / 086 Luftwaffe Cam. Green

Tamiya Grey XF-12, XF-53 of Vallejo 70.989 / 154 Sky Grey (maar elke lichtgrijs is goed!)

Humbrol Gold 16

Revell Metal 90

Revell Copper 93

Revell White matt 5

DUIDELIJKE VOORBEELDFOTO’S ONDERAAN DEZE PAGINA.


Ook is DIT een goede link voor plaatjes van Silvolde als referentie.

Model identificeren

Bij de latere modellen komen de ketel en behuizing gescheiden. Voor het gemak en bescherming worden ze gemonteerd geleverd in het doosje. Je kunt het herkennen door een beetje aan de schoorsteen te bewegen. Je ziet dan dat de ketel wat zal bewegen. Als je een half houten stokje hebt meegeleverd gekregen, dan heb je de versie met losse ketel. Verwijder de aandrijving door vooraan met je nagel de aandrijving naar beneden te trekken en steek dan het stokje achter in de ketel omhoog. Je duwt de ketel er zo uit. Pas op wat je vast houdt, zodat de dunne buizen niet breken. Het is veilig om de schoorsteen vast te houden.


Schoonmaken

Het model is bij mij al in de terpentine geweest, dus de olie en was van het productieproces zouden grotendeels al verdwenen moeten zijn. Het kan echter nog resten bevatten van was. Controleer met de punt van een cocktailprikker het model op grote stukken was dat zich in hoeken en gaten verzameld heeft. Naar mijn ervaring zit bij de tram vooral de binnenzijde van de dom vol, de opstapjes bij de deur, in de lampen en eventueel zullen er nog wat restjes zittten in de randen en hoeken aan de binnenzijde. Het gebruik van een wattenstaafje lijkt een goede oplossing om het weg te vegen, maar is het niet! Deze is behoorlijk groot in verhouding met het model. Er is grote kans op beschadiging en ook laat het pluisjes achter aan alles waar het aan blijft haken. Was op platte oppervlakken verdwijnt wel bij het schuren.


Glad maken

Het model ziet er al behoorlijk strak uit, maar je ziet nog wat lijnen van het printproces. Of eigenlijk ga je die oneffenheden pas goed zien als je het een primerlaag geeft. Alhoewel die lijnen minimaal zijn, moet het toch gladder worden gemaakt. Het model is na het terpentinebad met handschoenen behandeld, dus als je er zelf niet met je vingers aan hebt gezeten is het vetvrij. Anders even in een lauw sopje. Als het model droog is, krijgt het een lichte primerlaag met de spuitbus/airbrush. Ik heb Humbrol Acrylic Spray gebruikt, verkrijgbaar bij de modelbouwwinkel, maar er zijn er genoeg die spuitplamuur voor auto's gebruiken. Elke zijde is in één horizontale beweging recht van voren op een afstand van ca. 30 centimeter gespoten. Deze afstand zeker serieus nemen en echt niet te dichtbij, want dan wordt het veel te dik. Een mooi dun laagje is perfect. Nu worden de oneffenheden duidelijker zichtbaar. Om het vasthouden tijdens het spuiten makkelijker te maken, is in de onderzijde van de dom een opening waarin precies een satéprikker past. Eventueel een klein stukje plakband om de platte top van de satéprikker wikkelen om beweging te voorkomen en je hebt een mooi houvast en standpaal voor de tram bij het spuiten. Na droging heb ik met kleine stukjes watervast schuurpapier, korrel 260 en 400 (laatstgenoemde wordt met de modellen meegeleverd), de oppervlakten bewerkt. Door de primer is nu beter te zien wat nog nabewerking nodig heeft. Je hoeft in feite maar lichtjes te schuren en niet de hele primer weg te schuren. De primer heeft ook een vullende taak, dus een paar vegen met het schuurpapier moet voldoende zijn. Soms is het handig een schuurpapiertje dubbel of een beetje puntig te vouwen, zodat je overal bij kan komen. Om moeilijk benaderbare hoekjes, de ketel en grotere details van het interieur goed te kunnen bewerken, heb ik met een scherp mesje dunne, puntige stukjes van een schuurstokje (nagelvijltjes van de drogist) gesneden. De kleine onderdelen en leidingen zijn uiteindelijk gewoon goed "uit de verf" gekomen zonder te schuren, maar vooral de schoorsteen moest nog glad worden gemaakt. Hierna is het model stofvrij gemaakt (met een hele zachte kwast). Eventueel zou het nóg een keer een dunne laag met de primer kunnen krijgen om te zien of er nog imperfecties zijn.


Let er bij dit werk wel op dat het model voorzichtig, met lichte hand gehanteerd wordt. Je moet je er de hele tijd bewust van zijn hoe je het vast houdt, zodat er niets afbreekt. Het kan op alle zijden liggen zonder beschadigingen en het kan best wel wat hebben, maar verkrampte druk moet voorkomen worden. Het is aan te bevelen het dak er zoveel mogelijk op te laten zitten, dit versterkt het model en je breekt niet per ongeluk één van de uitlaten af.


Verven

Om het in de definitieve primer te zetten, ben ik op dezelfde wijze te werk gegaan als eerder vermeld: op ca 30 cm afstand is elke zijde dun in een horizontale beweging gespoten. Daarna nog eens verticaal. Nu niet recht, maar schuin van de bovenzijde. Het gaat er nu om het interieur ook aan de onderzijde te dekken, maar tegelijkertijd wordt ook de bovenzijde van de details aan de buitenkant meegenomen. Een derde en laatste spuitgang ging schuin van de onderkant. Nu moet alles mooi bedekt zijn.


Voor een model als dit met zoveel details is er eigenlijk geen andere keuze dan de spuitbus/airbrush te gebruiken. Alleen dan krijg je die gewilde professionele finish. Na droging van de primer, circa een half uur bij acryl primer, gaat de tram dan zijn uiteindelijke groene kleur krijgen. Voor deze tram zal de kleur olijf groen zijn geweest, maar dat mag uiteraard naar eigen smaak. Zelf heb ik gekozen voor Tamiya XF-62 Deep Green en later ging mijn voorkeur uit naar Vallejo Luftwaffe Cam. Green. Ik vind deze mooie, passende kleuren, maar die pas mooi en intens worden als het een laatste, zijdematte coating krijgt. Alhoewel ik bij het ontwerpen alle details zo historisch correct mogelijk heb proberen weer te geven naar aanleiding van foto's, de juiste kleur is uiteraard niet af te lezen van zwart/wit foto's. Maar waar elke modelbouwer mee weg komt: als het maar geloofwaardig oogt.


Het voordeel van acrylverf is dat het lekker snel droog is. Na een half uur zou je al aan de slag kunnen met het schilderen van de details. Het lijkt me duidelijk dat dit een precies werkje is dat een vaste hand vereist. Soms moet je het model even van alle kanten bekijken wat de beste manier is om het onderdeel te benaderen. Ik heb synthetische penselen gebruikt, grootte 00 en 000. Een synthetisch penseel heeft het grote voordeel t.o.v. een penseel met natuurlijke haren dat je accurater kunt werken zonder te veel missers, omdat de haartjes beter bij elkaar blijven. Ik heb kwaliteitspenselen gebruikt, maar dan wel weer de goedkoopste. Gezien de fijnheid van de details en de precisie van het verven zou ik een setje nieuwe penselen aanraden. Gebruik voor de groen en zwart één penseel, voor de metalen kleuren een tweede en een derde voor de witte verf. De metalen kleuren zijn nogal moeilijk uit het penseel te spoelen en komen dan zo onbedoeld in het groen of zwart terecht.


De binnenwanden van een Backer & Rueb lok waren heel licht grijs. Hiervoor heb ik Tamiya XF-12 gebruikt, een passende, iets warmer licht grijs. Deze dekt niet geweldig op de groene ondergrond, maar in het eindresultaat valt dat niet echt op en geeft aan de andere kant een geleefde wand. Elke andere licht grijs volstaat net zo goed. Eventueel bij het verven een dun kartonnen mal om het ketelhuis een, om die van de grijze verf te beschermen. De grijze grondverf zou eigenlijk een ideale kleur zijn, ware het niet dat je deze er zelfs met licht hechtende afplaktape weer af trekt. Je zou het verven van de binnenzijde ook kunnen overslaan als je er geen zin in hebt. Ik zie het bij productiemodeltreinen ook niet en het valt ook niet echt op. Maar het is wel een leuk detail. Daarna heb ik de zwarte onderdelen aan de binnenzijde onder handen genomen, met gewone zwarte verf. In dit geval weer van Tamiya. Het maakt niet uit of je mat, zijdemat of glanzend gebruikt, na de allerlaatste blanke lak laag wordt de glans overal gelijk. Daarna de blank metalen onderdelen met Humbrol 90 (zilver). Vervolgens een messingimitatie met Humbrol 16 (goud) en als derde het koperwerk met Revell 93. De modelkoppelingen visualiseren tevens buffers en kregen dunne, lichte vegen met een penseel en geven nu de afgesleten verf van de buffers weer. Hier heb ik weer Humbrol 90 voor gebruikt, maar ervoer dat het beter overkomt ná de laatste blanke zijdematte coating. Zo blijft ie z'n glans behouden en komt het kale metaal er verrassend realistisch uit.


De vele zwarte randjes aan de buitenzijde zijn ook weer met de zwarte Tamiya geverfd. Deze verf is lekker dun en met een fijn penseeltje kunnen de details goed worden aangebracht. Om de opstaande randen zonder (al te veel) knoeien te doen, verf je meer met de zijkant van het penseel dan de punt. De truc bij het verven van de opstaande randen is om niet helemaal tot aan de kast te willen verven, maar tot net voor de kast of zelfs alleen de voorkant. Als je contact met de kast zou maken, gaat de verf ongecontroleerd vloeien en worden de lijnen niet zo mooi en strak. Ongetwijfeld zul je foutjes maken, welke je na het drogen van de zwarte verf met de groene verf weer kunt verbergen. Daar zie je na de blanke coating dan eigenlijk niets meer van.


De aankleding

Met een fijn schaartje (uit de naaigarendoos) worden de nummers voor de voorzijden los geknipt. Werk met een sleutelvijl of schuurpapiertje de punten bij waar de lipjes zaten en apart gelegd in een bakje. Bewust heb ik meer nummers gemaakt dan de twee die nodig zijn, want ik hou niet van zoeken in het tapijt. Met de airbrush of met de kwast met verdunde verf worden de overgebleven plaatjes helemaal zwart ingekleurd. Een merkstift is niet aan te raden, dat gaat uitlopen met later gebruikte blanke lak. Plak een stukje schuurpapier (korrel 600-1200) op een stukje hout en beweeg daarmee lichtjes over de plaatjes tot deze weer mooi blank worden op de hoger gelegen stukken van de ets.


Nu ook deze onderdelen van het frame losknippen. Schuur nog even rondom de bordjes op de randen, die zijn misschien zwart geworden, maar moeten blank zijn. Neem ook de moeite om de lipjes waarmee de onderdelen aan de etsplaat vast zitten goed weg te schuren, want dat valt op op een close up foto als je het niet doet. Nu zijn ze klaar om op het model geplakt te worden. De tram heeft al twee kleine, ronde markeringen op de zijwanden voor de juiste locatie van het nummer-/maatschappijschild, dus begin ik hiermee. Gebruik hiervoor Kristal Klear of houtlijm. Deze drogen transparant op en je hebt genoeg tijd om ze op de juiste plaats te leggen. Beter dan de stress van secondenlijm! Om het messing vast te houden en te plaatsen, gebruik ik een prikbordspeld of een cocktailprikker met een piepklein bolletje kneedbare plakgum (doorgaans gebruikt om posters aan de muur te hangen, ook bekend als Buddy of Bluetack). Terwijl je het kleine onderdeel als een zuignap hiermee vasthoudt, doop je de punt van een tandenstoker in de Kristal Klear en stip je een piepklein puntje op het messing plaatje. Niet helemaal volsmeren tot aan de rand, want ook al droogt de lijm transparant op, als je het aandrukt komen er bolletjes lijm onder de randen vandaan die je blijft zien. Zorg dat de lijm uitgesmeerd is, zodat deze niet wordt geplet (en ongecontroleerd gaat uitlopen) bij het bevestigen. Met de punt van een cocktailprikker wordt het plaatje gepositioneerd en druk je het lichtjes aan als dat nodig is. De onderkant van de nummers voor de voorzijden worden uitgelijnd met de onderzijden van de lantaarnhouders. Twee zeeeeeeeer minimale stipjes Kristal Klear met een cocktailprikker is voldoende om het nummer vast te zetten.


Nu de kast klaar is, komt er een zijdematte, transparante lak overheen als bescherming voor de verf, maar ook om de glans van het hele model gelijk te maken. Als je net als ik glanzende en matte verf door elkaar heen hebt gebruikt, dan komt dat nu mooi samen tot een lichte glans. Ik heb hiervoor in het begin Citadel spuitlak gebruikt van de Games Workshop, nu mix ik Daler-Rowney Soluble Varnish Matt lak van de kunstwinkel, sterk verdund met terpentine. Bij mijn eerste model werkte het spuiten van de lak erg mooi, maar mijn tweede model begon snel wit uit te slaan! Blanke lak kan blijkbaar alleen maar heel dun gebruikt worden en zonder tussenposen, anders krijg je een "bevroren" effect. Een korte speurtocht op het Internet maakte al snel duidelijk dat ik niet alleen was. Gelukkig bracht beneluxspoor.net redding en na het advies om het model met thinner te nevelen, verdween de witte "ijslaag".


Het dak

Het dak heeft ook de schoonmaak-, schuur- en primerbehandeling gekregen en is nu aan de beurt om geverfd te worden. Eerst de onderzijde. Deze bestaat oorspronkelijk uit houten latten, dus verf deze in een houtkleur. Hier kun je eventueel de wijze zoals beschreven in Modelspoormagazine 111 met olieverf, maar omdat het niet in het directe zicht staat, volstaat een ruwe mix van licht- en donkerbruine acrylverf hier ook. Een voordeel is dan de snelle droogtijd, maar ik had een mooier resultaat met de olieverf. Ook omdat het een lastig onderdeel is om te verven. Juist door de langzame droogtijd van de olieverf, heb je meer tijd om het goed te doen. Het is niet nodig een basislaag te schilderen, het grijs van de primer voldoet prima. De structuur van de bovenzijde van het dak kan zo gelaten worden. De structuur van de bitumen overtrek van het origineel is zo fijn, dat zie je in model niet meer. Ik heb het in eerste instantie wel geprobeerd door fijn en gezeefd zand op het dak lijmen. Moedig, zonder het eerst te testen op een proefstukje. Maar dit werd gewoon veel te grof, dus gewoon leeg laten. Ik heb ook wel vernomen van het gebruik van een losgetrokken laag van een zakdoekje, maar die moeite is het echt niet waar, naar mijn mening. Verf het dak in ca 60% grijs en verweer het wat om de aanslag van de stoom en roet rond de schoorsteen te imiteren. De achterste, kleine schoorsteen op loc 7 is overigens de demper van de vacuümrem. Gebruik geen zijdematte coating voor het dak, maar dit kan dan juist wel weer aan de onderzijde, om het hout een lichte glans te geven. Met alle rotzooi uit de schoorstenen en uit de lucht, lijkt me elke glans op het dak uit den boze. Matte lak dus voor de bovenkant van het dak.


Verzwaren

Nu het geheel geverfd en gecoat is, gaat de aandacht naar het gewicht. Het is nog steeds een licht, plastic gevalletje van 7 gram. De ketel en de waterbakken heb ik opgevuld met "Vloeibaar lood"; minuscule balletjes lood die met het model meegeleverd worden. De waterbakken kunnen volledig opgevuld worden, de ketel tot aan het streepje dat zich aan de binnenzijde halverwege van de ketel bevindt. Er moet nog wel plaats overblijven voor de motor. Met wat druppeltjes secondenlijm (geen houtlijm, dat schijnt icm met de loden balletjes op langere termijn te gaan uitzetten) worden de balletjes gefixeerd. Dit is 7 gram extra gewicht, maar nog niet genoeg. Daarom komen er strookjes lood van 3 mm breed aan de zijkant van de onderzijde van de bodemplaat. Als je later drijfstangen gaat bevestigen, houd dan wel rekening met de ruimte hiervoor. Lijm het lood vast met twee-componentenlijm. Het lood wordt op maat geknipt met een schaar en daarna weer plat en recht gemaakt met een zware, stalen liniaal. Ik heb eerst wel met potlood de kniplijn aangegeven en een paar sneden gezet met een afbreekmesje. Zo knip je een mooi recht stuk af. Als je zorgt dat het niet onder de zijwanden uitsteekt, ziet de toeschouwer er helemaal niets van. Ik heb twee stukjes op elkaar geplakt, een van 2 mm en een van 1 mm. Nu is het totale gewicht naar 22 gram gegaan (inclusief aandrijving 30 gram) en voelt het in een keer een stuk massiever en kan het bijna voor een messing model doorgaan. Als je het model niet digitaal maakt, kun je ook lood kwijt aan de binnenzijde van de achterkant. Ik herinner er even aan om altijd latex handschoenen te gebruiken bij het behandelen van lood.


Om het af te werken hoef je alleen nog maar de minuscule ketting te bevestigen. Dit imiteert het openhouden van het klepje die voor de luchttoevoer naar het vuur zorgt. Knip het 0.2 mm ijzerdraadje in twee gelijke stukken en maak een lus. Rijg elk end van de ketting aan een lus en steek beide uiteinden van het ijzerdraadje door de gaatjes die zich aan de achterzijde bevinden. Eentje net onder het raam, de ander net boven de koppeling, in het klepje. Het bovenste gat moet wel nog even opgeboord worden met een 0,5 mm handboortje. Het ijzerdraadje hoeft maar 2 mm uit te steken aan de binnenzijde van de lok en kan daar omgevouwen worden. Eventueel fixeren met secondenlijm. Een tip: als je het lusje heel klein maakt, hoeft er alleen maar één draadje door het gaatje in de lok.


De aandrijving

De aandrijving klemt vast in de onderkant. Trek met je nagel aan de voorkant onder de riemaandrijving en wip het in een hoek uit de tram. Haal het er helemaal uit door de aandrijving er recht uit te trekken.


Digitaal

Om de tram digitaal te maken, kun je het beste kiezen voor een decoder van CT Elektronics, www.tran.at. In Nederland verkoopt Harlaar producten van dit bedrijf. De volgende decoders komen vanwege hun kleine formaat in aanmerking voor onze loc: DCX75, DCX76 of DCX77z. Deze zijn erg klein, maar vooral slank en kunnen onzichtbaar van buiten, onder de tram aan de achterzijde achter de koppeling worden verstopt. De DCX77z kan zelfs achter de motor, op de aandrijving worden geplaatst (zie tekening rechts), maar dan moeten de draden of pins wel los van de decoder worden gesoldeerd (alleen voor gevorderden). Rood en zwart aan de stroomcontactstripjes, oranje aan de weerstand en grijs aan de motor. De gele en witte draadjes kun je afknippen. Als je nog twee gele LEDs op de decoder zou plakken en deze op een functieuitgang aansluit, zou je nog het vuur kunnen imiteren dat je via de ingang van het luchttoevoerkanaal zou kunnen zien. Ik heb dit zelf al eens succesvol voor elkaar gekregen. Of je boort de lampen uit en maakt de verlichting werkend.

Instellingen voor Tran decoders, zoals door de Tramfabriek geinstalleerd:

CV 1 = 3 (Lokadres)

CV 3 = 1 (startvertraging)

CV 4 = 8 (stopvertraging)

CV 5 = 210 (max snelheid)

CV 50 = 255 (back EMF)

Instellingen voor ESU decoders:

CV 53 = 1 (back EMF)


Ter afsluiting

Onderken het effect van een beetje schuren niet. Ik ben zelf 1,5 uur bezig met het lichtjes, maar nauwkeurig schuren van het model. Vooralsnog zien we op consumentengebied geen printer die zonder zichtbare lijnen kan printen, maar met een beetje bijwerken met een schuurpapiertje kun je tot een toch wel professioneel resultaat komen.

Wees niet bang om een fout bij het schilderen te maken. Met wat verdunde verf corrigeer je dit gewoon weer en na de blanke lak zie je daar niets meer van!

Succes met de bouw en vergeet niet mij een foto te sturen van het resultaat. Ik ben erg benieuwd. Als je vragen hebt, neem dan gerust contact met mij op.


Sven van der Hart